Inleiding

STONE stelt zich ten doel om systematisch onderzoek aan de Steenuil te stimuleren en te coördineren, onder meer door het uitbrengen van de "Handleiding broedbiologisch onderzoek Steenuilen". Een aantal andere en informatieve naslagwerken is op deze pagina te vinden. Dank zij de vele vrijwilligers in het veld kunnen waardevolle gegevens worden verzameld. Voor de onderzoeksmethodieken en het verwerken van de gegevens werkt STONE intensief samen met professionele organisaties als SOVON (monitoring, broedbiologie, voedselonderzoek), het Vogeltrekstation (ring- en populatieonderzoek) en Alterra (effecten van toxische stoffen). Verder zijn er contacten met buitenlandse onderzoekers.

Door middel van onderzoek probeert STONE  beter greep te krijgen op de factoren die van belang zijn voor de overleving van een levenskrachtige Steenuilenpopulatie in Nederland (en daarbuiten!). Heel belangrijk op dit punt is het Nestkaartenproject van SOVONMeer informatie hierover is te vinden onder het submenu Nestkaarten.  Bestaande en nieuwe kennis worden vertaald naar handige hulpmiddelen voor praktische Steenuilbescherming. Zie hiervoor het menu Bescherming.

Lees hier de notitie `Waarom Onderzoek`.

 

foto: Aldo Tonelli

 

Onderzoeksprojecten in de regio

STONE wil  graag betrokken worden, meedenken en praktisch ondersteunen bij de opzet van specifieke lokale projecten. De regiocoördinator in uw deel van het land dient als eerste aanspreekpunt. Ook willen we graag op de hoogte blijven van de resultaten van dergelijk onderzoek. Verslagen/rapporten (inventarisatierapporten, jaarverslagen e.d.) kunnen op deze website worden gepubliceerd. Zo kunnen ook andere Steenuilgroepen worden geïnformeerd over bijvoorbeeld de ontwikkelingen elders in het land.

↑ Terug naar index

Steenuilonderzoek in Nederland

Beginperiode

Het onderzoek aan steenuilen in Nederland kwam pas in de vroege jaren '70 van de vorige eeuw goed op gang.
In de periode 1972-1989 werd vanuit het toenmalige Rijks Instituut voor Natuurbeheer (R.I.N., vestiging Arnhem) een intensieve studie uitgevoerd naar het wel en wee van een steenuilenpopulatie in de Midden-Betuwe. Aanleiding voor het onderzoek was het feit dat in diverse Europese landen een aanzienlijke afname van de steenuilenpopulaties werd gerapporteerd (Glutz von Blotzheim & Bauer 1980; Fuchs 1982; Exo 1988). In de Midden-Betuwe begon het landschapsbeeld in de loop van de jaren zestig van de vorige eeuw te veranderen, een ontwikkeling die in de jaren zeventig en tachtig doorzette. Het meest opvallende kenmerk van de landschappelijke veranderingen was het verdwijnen van hoogstamboomgaarden en knotbomen die de Betuwse steenuilen vele decennia lang een ruime keuze aan geschikte broedholten hadden geboden. Het R.I.N.- onderzoek moest opheldering geven over de vraag hoe structuur en functioneren van de steenuilenpopulatie in het onderzoeksgebied Midden-Betuwe door de veranderingen in het landschap werden beïnvloed.

Door gebiedsdekkende inventarisaties, gevolgd door intensief veldonderzoek was er na enkele jaren een goed beeld ontstaan over aantal en spreiding van steenuilterritoria in het gebied; door de jaren heen ontstond ook een steeds completer beeld van de door de broedparen gebruikte nestholten (boomholten, gebouwen, nestkasten) binnen de bezette territoria. Tijdens het onderzoek zijn niet alleen veel broedbiologische gegevens opgetekend (aantal eieren, aantal uitgevlogen jonegn); er werden ook vele steenuilen geringd, zowel adulten als pullen. Dit opende de weg naar een beter beeld van de dynamiek binnen een steenuilpopulatie, bv. wat betreft de overleving van jonge en volwassen steenuilen en vestigingsafstand van jonge steenuilen. De onderzoeker was drs. Piet Fuchs; dank zij hem en zijn naaste medewerkers en een reeks studenten zijn we heel wat aan de weet gekomen over het leven van de steenuil.

De nestor onder de steenuil-onderzoekers Piet Fuchs inspecteert een nestholte

Lees het artikel 'Achter de uilen aan met Piet Fuchs' in ATHENE 12, 2007 (p. 5 t/m 10) .

Onderzoek nu

In het eerste decennium van de 21-ste eeuw heeft het steenuilonderzoek een grote vlucht genomen, ook in Nederland. Het meest in het oog springend is het onderzoek dat Ronald van Harxen en Pascal Stroeken, twee van de 'founding fathers' van STONE, al meer dan 25 jaar uitvoeren in de Zuidoost-Achterhoek. Hun onderzoek is veelomvattend. Begonnen met het in kaart brengen van de verspreiding van de steenuil in hun onderzoeksgebied richtten zij hun inspanningen later op broedbiologisch onderzoek, het ringen van jonge en volwassen uilen en voedselonderzoek. Zij hebben hun bevindingen neergelegd in het prachtige boek 'De Steenuil'. Sinds 2011 zijn de onderzoeksgangen van de heren te volgen via hun eigen website.

Ook in andere regio's is men actief. Het betreft voornamelijk monitoronderzoek of wel het periodiek inventariseren van steenuilterritoria. Meer en meer komen er ook broedbiologische gegevens uit de regio. Deze zijn van groot belang voor het slagen van het project Nestkaart Dit project beoogt de mate van sterfte en overleving bij de steenuil te analyseren, vroeger en nu.


Sinds (online) webcams hun intrede deden, heeft onderzoek naar (broed-)gedrag en voedselaanvoer een enorme vlucht genomen. De webcams van Beleef de |lente hebben sinds 2007 al veel nieuwe kennis en inzichten opgeleverd.

↑ Terug naar index
Doelstelling STONE:

“De belangenbehartiging van de Steenuil in het algemeen en het bevorderen van het onderzoek en de bescherming van de Steenuil in het bijzonder.”
STONE
Steenuilenoverleg Nederland