Kijken als een steenuil

 

foto: Erik_Ark

Hoe kom je erachter wat je moet doen (òf laten!) om het de steenuil naar de zin te maken? Dan moet je met steenuilogen naar het erf en het omliggende landschap proberen te kijken!

STONE heeft in samenwerking met enkele andere organisaties een aantal producten uitgebracht om daarbij te helpen. Het zijn handige hulpmiddelen bij de practische Steenuilenbescherming. 

 

Maatregelen op een rijtje

Een geschikt leefgebied voor de steenuil omvat nestgelegenheid, beschutting en schuilmogelijkheden, voldoende voedselaanbod. Ook veiligheid (c.q. het ontbreken van potentiëel gevaarlijke situaties) is van belang. Deze onderwerpen worden hieronder nog eens puntsgewijs besproken.

 

↑ Terug naar index

Nestgelegenheid

 

Steenuilen kunnen als broedplaats kiezen voor:

a. natuurlijke holten in bomen
b.
gebouwen
c.
nestkasten

a. Bomen

Geschikte holtes om in te broeden kunnen na verloop van tijd ontstaan in fruitbomen (vooral hoogstamappel- en notenbomen) of in knotbomen (vooral wilg, populier, els, es). Na nieuwe aanplant duurt het geruime tijd (50 à 70 jaar) voordat er door inrotting van een dikke tak of knot een voldoende ruime holte is gevormd. Dus voor de korte termijn is het van groot belang om:

  • oude bomen met (bijna) geschikte holtes vooral te laten staan;
  • bomen met geschikte/gebruikte nestholte zo nodig met kunst en vliegwerk overeind te houden;
  • kleine holtes eventueel te vergroten;
  • invliegopeningen groter of kleiner te maken (dsn 6,5 à 7 cm);    
  • bij het snoeien niet alle zaagvlakken in te smeren met een anti-inrotmiddel waardoor vorming van nieuwe holtes niet mogelijk is.

 
Voor de langere termijn: Nieuwe aanplant van fruit- en knotbomen, met als doel:

  • uitbreiding bestaand aanbod aan estgelegenheid;
  • vervanging van nu nog geschikte nestbomen;
  • vervanging voor nestbomen die moeten wijken.

Voor aanplant is vaak subsidie beschikbaar. Informatie kan worden verkregen bij de provinciale tak van Landschapsbeheer Nederland in uw provincie (klik hier voor de website).

Zie ook het hoofdstuk "Planten en knotten van knotbomen" uit De Steenuil in Nederland.

Ook als er nog geschikte nestbomen aanwezig zijn kan het zinvol zijn op een geschikte plek een nestkast aan te brengen. Mannetje en vrouwtje steenuil brengen de dag lang niet altijd in de zelfde ruimte door. Een nestkast kan dan een in dank aanvaard alternatief zijn. Met een nestkast erbij bereik je ook een zekere risicospreiding voor als een vetrtrouwde broedplek in het ongerede mocht raken.

b. Gebouwen

Een keur aan gebouwen komt in aanmerking om de steenuil voor een reeks van jaren een veilige broedgelegenheid te bezorgen: schuurtjes, kippenhokken, ligboxen, varkensschuren, paardenstallen maar ook zolders of daken van woonhuizen, karloodsen etc. Cruciaal zijn toegankelijkheid en rust. Steenuilen kijken zelf wel uit naar een geschikte plek om te broeden. Op zolders e.d. zoeken zij een beschutte hoek, onder daken is een plek achter de onderste rij pannen favoriet. Zo kunnen de eieren niet wegrollen.

Aandachtspunten:

  • maak gebouwen toegankelijk; dat kan vaak al door één dakpan of steen weg te nemen of met andere kleine aanpassingen;
  • zorg voor voldoende ruimte tussen de dakbedekking en het beschot (15 cm of meer is prima);
  • eventuele renovatiewerkzaamheden aan een dak waaronder een steenuil broedt dienen in ieder geval buiten het broedseizoen te worden verricht (zie ook onder de pagina "Wet- en Regelgeving".

Steenuilen broeden graag achter de pannen of op de zolder van oude schuurtjes. Deze verdwijnen echter in rap tempo uit het landschap..... en laten zich niet makkelijk vervangen: een belangrijk aandachtspunt (pdf) als dergelijke nestlocaties bij ruimtelijke ontwikkelingen dreigen te worden afgebroken.

Sinds kort verschijnen her en der ook uilentorens in het landschap waarmee wordt geprobeerd (vervangende) nestgelegenheid voor de steenuil te creëren. Zo werd in 2011 in buurt van Winterswijk een steenuiltoren opgetrokken in het kader van een compensatieplan (Flora- & Faunawet). Lees hier het verhaal over de bouw, met foto's van de verschillende bouwfasen.

c. Nestkasten

Zeker waar nestgelegenheid in holle bomen of gebouwen ontbreekt of van bedenkelijke kwaliteit is kan het plaatsen van nestkasten in een cruciale behoefte van de steenuil voorzien. Steenuilen zullen hun belangstelling doorgaans echter ook tonen als er nog wel geschikte nestgelegenheid aanwezig is. Het aantal nestkasten in één territorium blijkt van invloed: goede plekken met meer dan één kast blijken vaker bezet dan de plekken waar maar één kast hangt.

Informatie betreffende: formaat en afmetingen, kopen of zelf maken vindt u op de pagina "Nestkasten". 

Aandachtspunten:

  • een nestkast kan in een boom, tegen de gevel van een gebouw of op een      goed toegankelijke plek binnen een gebouw worden geplaatst;
  • plaats de nestkast in de luwte en in de schaduw van het bladerdek;
  • in de praktijk volstaat een ophanghoogte tussen 2 en 6 meter boven de      grond;
  • voorkom daarbij dat de invliegopening door dicht bladerdek wordt      afgeschermd;
  • breng nestkasten aan gebouwen aan de schaduwzijde daarvan aan;
  • zorg ervoor dat de invliegopening niet op de overheersende windrichting (zuidwesten/westen) hangt om eventueel inregenen te beperken;
  • een binnen een gebouw geplaatste nestkast staat niet bloot aan weersinvloeden en gaat dus langer mee;
  • hang de kast niet boven water (bijv. sloot of kikkerpoel), de jongen zullen al in een vrij vroeg stadium de kast gaan verlaten, de kans is dan groot dat ze verdrinken;
  • hang de nestkast bij voorkeur in een rustige hoek van een erf;
  • vermijd locaties nabij (drukke) wegen;
  • laat een kast indien mogelijk in een boom steunen op een tak, de jonge uilen kunnen dan vanuit de kast de boom in lopen
  • leg altijd iets nestmateriaal (bv. hooi, bladeren, zaagsel in het achterste gedeelte van de nestkast (uilen maken namelijk zelf geen nest);
  • de kast in september onderwerpen aan een algehele inspectie  (stabiliteit, sterkte van de constructie, waterdichtheid, bevestigingspunten); maak de kast schoon en breng een vers laagje absorberend materiaal (zaagsel);
  • kast inspecteren/schoonmaken liefst in het najaar maar in ieder geval vóór aanvang van het balts- en broedseizoen in februari / maart. 
↑ Terug naar index

Voedsel

Alleseters

Binnen het totale verspreidingsgebied van de Steenuil zijn maar liefst zo'n 550 verschillende soorten prooidieren op de menulijst vastgesteld (Van Nieuwenhuyse e.a., 2008). In onze streken vormen vooral veld- en bosmuizen en grote insecten als mei- en mestkevers vanwege hun voedingswaarde een belangrijk onderdeel van het dieet. Dit menu wordt aangevuld met kleine vogels als o.a. spreeuwen, merels en mussen en kleinere prooien als nachtvlinders, larven, rupsen, kikkers, salamanders, regenwormen, rattenstaarlarven, maden en bromvliegen.

Deze grote variatie aan prooidiersoorten maakt dat er in alle jaargetijden, behoudens in strenge en sneeuwrijke winters altijd wel voldoende eetbaars is te vinden. Voorwaarde is wel dat het leefgebied (broedplaats en omgeving) voldoende variatie aan landschapselementen biedt (zie pagina "Steenuil-Leefgebied"). 

Steenuilen beschikken over een scala aan jachttechnieken. Veel prooien (regenwormen, loopkevers, rattenstaarlarven, e.a.) worden lopend op de grond belaagd. Muizen worden gevangen door vanaf een niet al te  hoge zitpost te wachten om vervolgens in een duikvlucht toe te slaan. Meikevers en nachtvlinders worden al vliegend uit de lucht geplukt.

Aandachtspunten:

  • laat het grasland (open of onder fruitbomen) begrazen door schapen of      paarden; kort gras vormt geschikt jachtterrein voor de Steenuil, en mest trekt o.a. mestkevers en regenwormen;
  • houdt nestgelegenheid voor spreeuwen en mussen in stand of bevorder die; (jonge) mussen en spreeuwen zijn belangrijk in tijden van muizenschaarste;
  • schep muizenrijke plekken voor bos- en veldmuizen o.a. door extensieve      beweiding van graslandjes, taluds, slootkanten en bermen, door het creëren van overhoekjes, de aanleg van ‘muizenruiters’ en het bereikbaar houden van graanopslag;
  • plant bomen, struiken en/of hagen en houtwallen aan i.v.m. hun aantrekkingskracht op meikevers, overige insecten en muizen; 
  • laat zo mogelijk kruidenrijke akkerranden ontstaan; zeker waar deze grenzen aan houtwallen kan een hoog prooiaanbod voor de steenuil en tevens zeer geschikt leefgebied voor andere diersoorten worden gerealiseerd;
  • laat een afgelegen hoekje van gazon of grasland doorgroeien; maai laat of stukjes helemaal niet à vele insecten kunnen daarin prima overwinteren;     
  • verwerk snoeihout in een takkenwal;
  • leg een vijver of weidepoel aan met flauwe oevers;
  • laat bladafval waar mogelijk liggen, er leven veel rupsen en larven onder;
  • bespuit planten (moestuin!) niet met gif;
  • bestrijdt muizen niet met gif.

 

Aandachtspunten geschikte jachtplekken:

  • Laten staan/aanbrengen van afrasteringen met lage, houten paaltjes;
  • plaatsen van uitkijkpaaltjes op plekken met veel muizen;
  • bevorderen van hogere zitplaatsen, bijvoorbeeld een vrijstaand boom (fruitboom, eik o.i.d.);
  • gazons kortgemaaid houden;
  • weitjes grazig houden;
  • op d.m.v. een openstaand raam, luik, losse dakpan o.i.d. toegankelijk gemaakte zolders in de winter wat graan strooien: muizen!

 

Kunstzinnig vormgegeven houtstapel in de Betuwe: muizendomein!
(foto: Joep van de Laar)

↑ Terug naar index

Veiligheid

 

Het leven, ook dat van een Steenuil, is vol van gevaren. Als ze nog maar net uit het ei zijn moeten ze maar afwachten of hun ouders voldoende voedsel zullen aanbrengen. Slechte weersomstandigheden (koude, regen) kunnen dat bemoeilijken. Gebrekkige prooiaanvoer kan leiden tot sterfte nog voordat een jong uiltje vliegvlug is geworden. Eenmaal uitgevlogen moeten jonge uiltjes het na een tijdje zien te redden zonder de toegewijde zorg van de ouders. Koude sneeuwrijke winters waardoor prooidieren onbereikbaar worden vergen veel slachtoffers zowel onder oude en als onder jonge vogels. Deze 'natuurlijke' sterfte moet als normaal worden beschouwd.

En dan zijn er nog de andere diersoorten die hen naar het leven staan, roofdieren als de Steenmarter, grote roofvogels en collega-uilen als de Oehoe en ook de Bosuil. Zo is de natuur nu eenmaal, alle soorten proberen op hun eigen manier te overleven; soms gaat dat ten koste van individuen van andere soorten waarmee ze een leefgebied delen. De natuur als geheel heeft er baat bij.

Naast deze natuurlijke doodsoorzaken zijn er ook onnatuurlijke; deze hangen samen met het doen en laten van de mens. Door toedoen van het verkeer komen veel steenuilen aan hun einde; in een Italiaans artikel werd opgemerkt dat de eerste vlucht van een jonge steenuil niet zelden ook de laatste is. Daarnaast is er een aantal bedreigingen dat te maken heeft met de inrichting en het beheer van de woonomgeving van de mens, tevens leefgebied van de steenuil. Als men zich daarvan bewust is kan er ook wat aan worden gedaan om gevaarlijke situaties te vermijden of op te ruimen.

Aandachtspunten: 

Verkeer

  • geen nestgelegenheid aanbieden direct langs een doorgaande weg;
  • zo mogelijk geen als uitkijkpost te gebruiken paaltjes in de berm langs een drukke weg plaatsen (c.q. deze verwijderen).

 

 Gif

  • vermijd of beperk het gebruik van bestrijdingsmiddelen;
  • voorkom vergiftiging van prooidieren (m.n. insecten, muizen) van de      steenuil;
  • gebruik speciale lokkistjes met muizengif (bv. op graanzolders)

 

Verdrinking

  • beveilig zwembadje, badkuip, regenton of veedrinkbak door het aanbrengen van een loopplank, stapel stenen, stuk jute of kippengaas waarlangs een te water geraakt uiltje weer op het droge kan klauteren;
  • in de veedrinkbak op de foto is een binnenbak aangebracht waarlangs een steenuiltje in no time weer naar boven kan klimmen.

 Velige veedrinkbak

 Veilige veedrinkbak (ontwerp Bert Kwakkel)

 

Kijk hoe het werkt

 

Opsluiting

  • voorkom dat vogels in een schoorsteen terecht kunnen komen waar ze niet meer uit kunnen ontsnappen, bv. door het afsluiten van de uitgangen van rookkanalen met kippengaas;
  • houdt in schuren, stallen of andere gebouwtjes waar zich uilen ophouden tenminste een toegang open;
  • losliggende netten (om groenten e.d. af te dekken) opruimen, steenuilen kunnen erin verstrikt raken.

 

Huisdieren

  • katten/honden rond de uitvliegperiode van de jongen binnen houden / in de gaten houden; jonge uiltjes zijn kwetsbaar op de grond (zie ook onder ‘schuilmogelijkheden’). 

 

↑ Terug naar index

Beschutting

 

Pas uitgevlogen jongen zijn kwetsbaar voor predatoren en slecht (nat) weer. De aanwezigheid van voldoende schuilmogelijkheden binnen het territorium is daarom van groot belang. Dat geldt voor zowel jonge, net uitgevlogen steenuiltjes als voor de oudervogels.

Er is een grote diversiteit aan eenvoudig te realiseren elementen waar een jong Steenuiltje in nood een tijdje beschutting kan zoeken; gemeenschappelijk kenmerk is dat zij er makkelijk in of achter moeten kunnen wegkruipen.

Aandachtspunten:

  • een stapel stenen of dakpannen;
  • een hoop rasterpalen;
  • opslag brandhout;
  • hoekjes in schuren en zolders;
  • dichte begroeiing;
  • een takkenhoop;
  • een stevig op de grond bevestigd aardappelkistje, met kleine gaten (7 cm) vlak boven de grond, het geheel eventueel overdekt met takken;
  • droogstaande drainagepijpen;
  • konijnenholen (niet dichtgooien);
  • oude appel en knotbomen (soms niet geschikt om in te broeden maar wel als dagverblijfplaats à daarom laten staan!);
  • toegankelijke spouwmuurachtige constructies;
  • etc

Een aantal van deze voorzieningen zijn ook wel besteed aan volwassen uilen. Zij zitten overdag graag buiten op windluwe, beschutte plekken, als het kan in het zonnetje. Zij kunnen in deze behoefte als volgt tegemoet worden gekomen:

Houdt zo mogelijk een range aan geschikte schuilmogelijkheden in stand, of zorg voor nieuwe.

Aandachtspunten:

  • biedt een half open loods aan, met hogerop dwarsbalken; deze plekken zijn geliefd als  slaapplaats voor overdag;
  • biedt eventueel een extra nestkast aan; het mannetje maakt tijdens de broedtijd graag gebruik van een tweede nestkast;
  • steenuilen houden zich ook wel op in een groepje naaldbomen waar zij onopgemerkt blijven door overdag jagende roofvogels;
  • vermijdt verstoring nabij veel gebruikte schuilplekken zo veel mogelijk.

 


 

 

↑ Terug naar index
Doelstelling STONE:

“De belangenbehartiging van de Steenuil in het algemeen en het bevorderen van het onderzoek en de bescherming van de Steenuil in het bijzonder.”
STONE
Steenuilenoverleg Nederland