Voortplanting

Steenuilen worden aan het eind van hun eerste levensjaar geslachtsrijp. Dat houdt in dat ze al een jaar na hun geboorte zelf jongen kunnen voortbrengen.

In de loop van de winter begint de baltsperiode, in maart/ begin april wordt door beide partners uitgemaakt waar gebroed gaat worden. In Nederland begint de eileg in het algemeen in de 2e helft van april. Gemiddeld worden 4 (3 à 5) nagenoeg ronde, mat tot glanzend witte eieren gelegd met een tussenpoze van meestal 2 dagen. In gunstige (= voedselrijke) jaren worden soms wel legsels van 6 of 7 eieren geproduceerd. Pas bij het voorlaatste ei begint het eigenlijke broeden, bij de steenuil is dat een strikte vrouwenzaak. Het mannetje brengt voedsel aan en bewaakt de ongeving.

Uitzonderlijk groot legsel

Na 25 à 28 dagen broeden (dat is ongeveer 5 weken nadat het eerste ei is gelegd) komen de eieren uit; dan is het inmiddels eind mei/begin juni. Gedurende de eerste 8 dagen worden de volledig witte en nog blinde jongen door het vrouwtje warm gehouden en met kleine stukjes door het mannetje aangevoerde jachtbuit gevoerd. Rond hun 30e levensdag wordt het tijd om naar buiten te gaan, eerst nog wat voorzichtig maar al gauw met veel bravoure. Heel goed vliegen kunnen ze in het begin nog niet, maar al klauterend weten ze toch vaak terug te keren in de holte waar ze zijn geboren. Op de grond zijn ze erg kwetsbaar (slecht weer, huisdieren en roofdieren); de aanwezigheid van schuilplekken kan ze door deze moeilijke periode heen helpen.
Nog een week of vijf worden de jongen door de ouders verzorgd maar als het jaar tot eind augustus/begin september is gevorderd worden ze door hen uit het geboortegebied verjaagd. Er breekt nu een onzekere tijd voor de jonge uiltjes aan want ze moeten op zoek naar een eigen territorium; als ze geluk hebben komt er in de buurt ergens een plekje vrij door het overlijden van een oude vogel.
De gemiddelde levensverwachting van een steenuil is 2,3 à 2,8 jaar (gerekend vanaf het moment dat ze geslachtsrijp zijn geworden). De hoogste in Nederland vastgestelde leeftijd is echter maar liefst 15 jaar (Stroeken & Van Harxen, Athene 8).

↑ Terug naar index

Waar blijven de jongen?

Als de jonge steenuiltjes in de vroege herfst uit het ouderlijk territorium worden verdreven moeten zij op zoek naar een eigen plek en partner. Zijn die eenmaal gevonden dan blijven ze zowel plek als partner in het algemeen hun leven lang trouw. Maar waar komen die jonge vogels terecht? Of om het 'geleerd' te zeggen: hoe verloopt de dispersie?

Dank zij terugmeldingen van geringde jonge steenuiltjes is duidelijk geworden dat deze zich het liefst zo dicht mogelijk bij de geboorteplek vestigen. Uit Duits onderzoek met gezenderde jonge steenuilen is echter wel gebleken dat er vóór het definitieve vertrek uit het geboorteterritorium stevige ommetjes van vele kilometers kunnen worden gemaakt.
Analyse van alle Nederlandse terugmeldingen uit de periode 1911-2009 bracht aan het licht dat 15% van alle nestjongen zich vestigde binnen 1 km van de geboorteplek, 95% binnen 10 km en slechts 1% verder dan 25 km. Uit alle onderzoeken blijkt voorts dat vrouwtjes gemiddeld wat verderweg dan mannetjes hun plek voor het leven vinden; een interssante kwestie....

Lees de volgende artikelen:
- 'Dispersie en vestiging van jonge steenuilen';
- 'Overleving en dispersie vanNederlandse steenuilen op grond van 35 jaar ringgegevens'.

↑ Terug naar index

Leeftijd (gem. & max.)

De gemiddelde levensverwachting van een steenuil is 2,3 à 2,8 jaar. Dat is gerekend vanaf het moment dat ze geslachtsrijp zijn geworden, Jonge steenuilen komen al in het eerste jaar na hun geboorte tot broeden.
De hoogste in Nederland vastgestelde leeftijd is echter maar liefst 15 kalenderjaar (Stroeken & Van Harxen, Athene 8).

Om de populatie van de steenuil in Nederland op peil te houden moet de aanwas aan jonge vogels de (natuurlijke) sterfte van volwassen vogels compenseren. Onderzoek heeft uitgewezen dat de populatieontwikkeling niet negatief wordt beïnvloed door een toegenomen sterfte van volwassen steenuilen. Wel zijn er aanwijzigingen dat de aanwas achterblijft. De overleving van eerstejaars vogels lijkt de laatste decennia te zijn afgenomen, een nog wel nader te onderzoeken fenomeen. Als meest waarschijnlijke oorzaak wordt gedacht aan een over het algemeen qua aantal, variatie en biomassa geringer prooiaanbod in de jongenperiode. Ook mogelijk toegenomen predatie zou een rol kunnen spelen.
De rol van predatie is de laatste tijd meer in de belangstelling gekomen. Klik hier voor meer informatie daarover.

↑ Terug naar index
Doelstelling STONE:

“De belangenbehartiging van de Steenuil in het algemeen en het bevorderen van het onderzoek en de bescherming van de Steenuil in het bijzonder.”
STONE
Steenuilenoverleg Nederland