De verspreiding binnen NederlandBinnen Nederland is het kleinschalige cultuurlandschap het favoriete habitat voor de steenuil, vooral in de omgeving van menselijke bebouwing. Het zwaartepunt van de verspreiding ligt in het midden en oostelijk rivierengebied, de Liemers, de Achterhoek en het IJsseldal. Opvallend is de verbrokkelde verspreiding in Twente en Salland. In Zuid-Nederland komt de steenuil praktisch overal voor, zij het doorgaans in geringe aantallen. In Zeeuws Vlaanderen is de steenuil nog wijd verbreid. De soort ontbreekt op de Waddeneilanden, in de IJsselmeerpolders, het aaneengesloten bosgebied van de Veluwe en in grote delen van de drie noordelijke provincies. In West-Nederland komen (kleine) restpopulaties voor. Recente waarnemingen van de steenuil. |
![]() |
De verspreiding binnen EuropaBinnen Europa heeft de soort een groot verspreidingsgebied. Steenuilen vinden hun oorsprong in warme, droge gebieden. De zuidelijke afkomst blijkt nog uit de voorliefde voor zonnen, de afkeer van regen en harde wind en de grote sterfte in strenge winters. Momenteel kennen steenuilen een ruime verspreiding in het laagland van Eurazië en noord Afrika. De noordgrens van de Europese verspreiding loopt van Denemarken via Polen en Litouwen tot in Wit-Rusland. In geheel West- en midden Europa is de soort de laatste decennia sterk in aantal afgenomen. De hoogste dichtheden komen nog voor in Zuid-Europa, waarbij met name de Spaanse populatie (> 50 000 broedparen) nog omvangrijk is. Ook in Italië, Portugal, Frankrijk en Roemenië komen nog betrekkelijk grote aantallen voor (elk 20.000 tot 30.000 broedparen). In Duitsland (circa 6.000 broedparen), Zwitserland, Oostenrijk (beide circa 10 broedparen) en Luxemburg (80 – 150 broedparen) staat de soort echter sterk onder druk. De totale Europese populatie wordt geschat op 250.000 paar. |
![]() |