Biologie van de steenuilDe steenuil is oorspronkelijk een soort van half-woestijnen en steppen in de warmere en gematigde delen van Europa, Noord-Afrika en Azië. Met de voortgaande ontbossing en cultivering van Europa heeft de steenuil zich in de loop der tijd kunnen uitbreiden naar nieuwe leefgebieden in West- en Midden-Europa. De soort vestigde zich in appel- en olijfboomgaarden, kurkeiken, steengroeven, rotsformaties en steilwanden. In onze streken zocht hij de altijd groene weidelandschappen in het laagland op met zijn oude knotwilgen, extensief gebruikte hoogstamboomgaarden en kleinschalige dorpsranden. Hier vond hij de combinatie van geschikte jachtgebieden in open terrein met het hele jaar door korte vegetatie, geschikte zit- en schuilplaatsen en een breed aanbod aan potentiële nestholten in oude bomen, muren en gebouwen, tegenwoordig ook in speciale nestkasten. |
| 1-Leefwijze |
Aan het eind van hun eerste levensjaar worden steenuilen geslachtsrijp. Als ze in de vroege herfst uit het ouderlijk territorium zijn verdreven moeten ze op zoek naar een eigen plek en partner. Is dat gelukt dan blijven mannetje en vrouwtje vaak jarenlang bij elkaar in hetzelfde territorium. Jonge uilen vestigen zich overwegend binnen 10 km van hun geboorteplaats. Steenuilen zijn vooral actief in het donker. Als er jongen zijn is de kans groot om steenuilen ook in de avond of ’s morgens waar te nemen; er zijn dan vele hongerige monden te voeden. Hun dagtaak wordt gevormd door de verzorging van het verenkleed, de jacht en de verdediging van het territorium tegen ongewenste indringers (bv. concurrenten van de eigen soort, roofdieren). Op zijn tijd wordt er gerust. De steenuil doet dat rond middernacht en overdag; hij verblijft dan meestal op vaste "roestplaatsen": in de dekking van beplanting of gebouwen, of in de nestholte. Bij mooi weer kan je hem vaak ergens in de luwte zien genieten van het zonnetje. Als strikte holenbroeder die zelf geen nestholte kan maken kampt de steenuil al snel met een schaarste aan geschikte broedplaatsen. Mede hierdoor is de steenuil sterk territoriaal. Steenuilmannetjes markeren hun territorium vooral in het voorjaar, en ook weer in de nazomer/herfst met hun territoriumroep (zang) en met demonstratievluchten. Een steenuilterritorium is gemiddeld ongeveer 12 hectaren groot. De steenuil beschikt over een breed scala aan geluiden. Onderscheiden worden de territorium- of baltsroep, alarmgeluiden, opwindingsgeluiden. Meer uitleg hierover vindt u in hoofdstuk 3 van de "Handleiding voor onderzoek en bescherming". |
| 2- Voortplanting |
Steenuilen worden aan het eind van hun eerste levensjaar geslachtsrijp. Dat houdt in dat ze al een jaar na hun geboorte zelf jongen kunnen voortbrengen. Na 25 à 28 dagen broeden (dat is ongeveer 5 weken nadat het eerste ei is gelegd) komen de eieren uit; dan is het inmiddels eind mei/begin juni. Gedurende de eerste 8 dagen worden de volledig witte en nog blinde jongen door het vrouwtje warm gehouden en met kleine stukjes door het mannetje aangevoerde jachtbuit gevoerd. Rond hun 30e levensdag wordt het tijd om naar buiten te gaan, eerst nog wat voorzichtig maar al gauw met veel bravoure. Heel goed vliegen kunnen ze in het begin nog niet, maar al klauterend weten ze toch vaak terug te keren in de holte waar ze zijn geboren. Op de grond zijn ze erg kwetsbaar (slecht weer, huisdieren en roofdieren); de aanwezigheid van schuilplekken kan ze door deze moeilijke periode heen helpen. |
![]() het begin van het gezin |
![]() de eieren zijn rond en wit |
![]() de jongen zijn donzig wit en |
![]() hebben altijd honger |