Onderzoek aan steenuilen: een inleiding

  1. inventarisatie en monitoring
  2. broedbiologisch onderzoek (incl. predatieonderzoek)
  3. voedselonderzoek
  4. nestplaatskeuze en habitatkwaliteit
  5. ring- en populatieonderzoek
  6. overig (o.a.: doodsoorzaken; verkeersslachtoffers; effecten toxische stoffen)
ad 5 - ring- en populatieonderzoek


Doel
Populatiemodel
Melden van een geringde uil
Ringvergunning
Meer informatie


Doel

Door Steenuilen te voorzien van een aluminium pootring met een uniek nummer, kunnen de uilen individueel herkenbaar gemaakt worden. Dit verschaft belangrijke informatie over o.a. leeftijd en overleving, dispersieafstand en -richting van jongen en populatiedynamische aspecten als leeftijdsopbouw van een populatie, paarsamenstelling en partner- en territoriumtrouw.

Jaarlijks worden in Nederland tussen 1.100 en 1.500 Steenuilen geringd, waarvan 85% als nestjong. Door de combinatie met het broedbiologisch onderzoek is van de geringde jongen (en de meeste adulten, die ook tijdens het broedseizoen worden geringd) waardevolle informatie voorhanden over o.a. conditie, exacte herkomst en broedsucces van een individuele uil.

Populatiemodel

Een belangrijk aspect van ringonderzoek is het verkrijgen van overlevingscijfers van jonge en volwassen Steenuilen. Met dergelijke cijfers kan een populatiemodel worden opgesteld op grond waarvan de minimaal benodigde reproductie berekend kan worden voor een stabiele populatie. Immers, de jaarlijkse sterfte onder volwassen dieren moet gecompenseerd worden door nieuwe aanwas. Het ringonderzoek heeft daarmee een direct verband met het broedbiologisch onderzoek en het monitoringsonderzoek.
In Nederland zijn in de loop der jaren vele duizenden Steenuilen geringd. STONE streeft er naar dat deze enorme hoeveelheid aan waardevolle ringdata op korte termijn worden uitgewerkt om een betrouwbaar populatiemodel te kunnen opstellen.

Melden van een geringde uil

Geringde uilen worden dood en levend teruggevonden. Jaarlijks worden circa 300 Steenuilen teruggemeld. Levend meestal als een adult die als broedvogel op een nestplaats wordt aangetroffen bij broedbiologisch onderzoek. Veel dode Steenuilen worden als verkeersslachtoffer gevonden. Enerzijds omdat dit een van de belangrijkste doodsoorzaken is, anderzijds omdat verkeersslachtoffer nu eenmaal gemakkelijk worden ontdekt.
Het melden van geringde Steenuilen (of andere vogels natuurlijk!) wordt zeer op prijs gesteld. Zo kan iedereen een steentje bijdragen aan het welslagen van het ringonderzoek.

Ringvergunning

Om vogels te mogen ringen is een op naam gestelde ringvergunning van de Nederlandse Ringcentrale te Heteren (Vogeltrekstation Arnhem) vereist. Na een aantal jaren waarin nauwelijks nog ringvergunningen werden verleend heeft het Vogeltrekstation haar beleid in de loop van 2008 versoepeld. Klik op Ringvergunningen voor nadere informatie.

Meer informatie