Welke maatregelen zijn zinvol in het leefgebiedHoe kom je erachter wat je moet doen (òf laten!) om het de steenuil naar de zin te maken? Dan moet je met steenuilogen naar het erf en het omliggende landschap proberen te kijken! Dan let je op: STONE heeft in samenwerking met enkele andere organisaties een aantal producten uitgebracht als handige hulpmiddelen bij de practische Steenuilenbescherming. Dat zijn Belangrijke aandachtspunten binnen de 5 bovengenoemde onderwerpen worden hieronder nog eens op een rijtje gezet, met illustraties. |
| 1- nestgelegenheid |
Steenuilen kunnen als broedplaats kiezen voor:
Geschikte holtes om in te broeden kunnen na verloop van tijd ontstaan in fruitbomen (vooral hoogstamappel- en notenbomen) of in knotbomen (vooral wilg, populier, els, es). Na nieuwe aanplant duurt het wel even (50 à 70 jaar) voordat er door inrotting van een dikke tak of knot een voldoende ruime holte is gevormd.
Dus:
|
hoogstamboomgaard; in stand houden |
nestholte in appelboom |
|
Voor de langere termijn:
Voor aanplant is vaak subsidie te krijgen (Informeren bij Provinciaal Landschapsbeheer). Ook als er nog geschikte nestbomen aanwezig zijn kan het zinvol zijn op een geschikte plek een nestkast aan te brengen. Mannetje en vrouwtje steenuil brengen de dag lang niet altijd in de zelfde ruimte door. Een nestkast kan dan een dankbaar aanvaard alternatief zijn. Met een nestkast erbij bereik je ook een zekere risicospreiding (zie verder onder c.)
Een keur aan gebouwen komt in aanmerking om de steenuil voor een reeks van jaren een veilige broedgelegenheid te bezorgen: schuurtjes, kippenhokken, ligboxen, varkensschuren, paardenstallen maar ook zolders of daken van woonhuizen, karloodsen etc. Cruciaal zijn toegankelijkheid en rust. Steenuilen kijken zelf wel uit naar een geschikte plek om te broeden. Op zolders e.d. zoeken zij een beschutte hoek, onder daken is een plek achter de onderste rij pannen favoriet. Zo kunnen de eieren niet wegrollen.
|
invliegopening door verwijderen dakpan |
invliegopening in gevel |
Zeker waar nestgelegenheid in holle bomen of gebouwen ontbreekt of van bedenkelijke kwaliteit is kan het plaatsen van nestkasten in een cruciale behoefte van de steenuil voorzien. Steenuilen zullen hun belangstelling doorgaans echter ook tonen als er nog wel geschikte nestgelegenheid aanwezig is. Het aantal nestkasten in één territorium blijkt van invloed: goede plekken met meer dan één kast blijken vaker bezet dan de plekken waar maar één kast hangt Aandachtspunten:
|
creatieve plaatsing |
nestkast in kersenboom |
![]() het muizendiner ... |
![]() en een meikever toe |
schuilgelegenheid te over; laten staan aub |
droge drainagepijp met jong |
|
Een aantal van deze voorzieningen zijn ook wel besteed aan volwassen uilen. Zij zitten overdag graag buiten op windluwe, beschutte plekken, als het kan in het zonnetje. Zij kunnen in deze behoefte als volgt tegemoet worden gekomen:
|
| 4- jaagplekken |
De steenuil eet onder meer muizen, insecten en regenwormen, in de broedtijd ook jonge vogels van algemene soorten als mus, merel en spreeuw. Ook groene en bruine kikkers en in mindere mate hagedissen en salamanders belanden wel eens in de nestholte. De meeste van de genoemde prooien worden van de grond opgenomen. De jagende steenuil slaagt daarin het best als de begroeiing niet te hoog is opgeschoten; daarom zijn begraasde of gemaaide terreinen favoriet als jachtgebied. In een lage begroeiing kunnen geschikte prooidieren ook gemakkelijk worden ontdekt en bemachtigd. Dat doen ze lopend of in een duikvlucht vanaf uitkijkposten. Daarvandaan kunnen ze de omgeving goed bespieden, op zoek naar beweging. U kunt de steenuil aan geschikte jaagplekken als volgt helpen:
|
| 5- gevaarlijke situaties vermijden en opruimen |
Het leven, ook dat van een steenuil, is vol van gevaren. Als ze nog maar net uit het ei zijn moeten ze maar afwachten of hun ouders voldoende voedsel zullen aanbrengen. Slechte weersomstandigheden (koude, regen) kunnen dat bemoeilijken. Gebrekkige prooiaanvoer kan leiden tot sterfte nog voordat een jong uiltje vliegvlug is geworden. Eenmaal uitgevlogen moeten jonge uiltjes het na een tijdje zien te redden zonder de toegewijde zorg van de ouders. Koude sneeuwrijke winters waardoor prooidieren onbereikbaar worden vergen veel slachtoffers zowel onder oude en als onder jonge vogels. En dan zijn er nog de andere diersoorten die hen naar het leven staan, roofdieren als de steenmarter, grote roofvogels en collega-uil de oehoe. Zo is de natuur nu eenmaal, alle soorten proberen op hun eigen manier te overleven; soms gaat dat ten koste van individuen van andere soorten waarmee ze een leefgebied delen. Naast deze natuurlijke doodsoorzaken zijn er ook onnatuurlijke; deze hangen samen met het doen en laten van de mens. Door toedoen van het verkeer komen veel steenuilen aan hun einde; in een Italiaans artikel werd opgemerkt dat de eerste vlucht van een jonge steenuil niet zelden ook de laatste is. Daarnaast is er een aantal bedreigingen dat te maken heeft met de inrichting en het beheer van de woonomgeving van de mens, tevens leefgebied van de steenuil. Als men zich daarvan bewust is kan er ook wat aan worden gedaan om gevaarlijke situaties te vermijden of op te ruimen. Hieronder volgen aandachtspunten rond mogelijke doodsoorzaken verkeer, gebruik van muizen-/rattengif, verdrinking, opsluiten en huisdieren. Zie ook bij "wat te doen"
|
rasterpaaltjes om vanaf te jagen |
verdrinking in een tobbe |
muizengif in broedschuurtje |
verstrikt in fruitnet |