Welke maatregelen zijn zinvol in het leefgebied

Hoe kom je erachter wat je moet doen (òf laten!) om het de steenuil naar de zin te maken? Dan moet je met steenuilogen naar het erf en het omliggende landschap proberen te kijken! Dan let je op:
1- nestgelegenheid
2- voedsel
3- beschutting en schuilmogelijkheden
4- jaagplekken
5- gevaarlijke situaties

STONE heeft in samenwerking met enkele andere organisaties een aantal producten uitgebracht als handige hulpmiddelen bij de practische Steenuilenbescherming. Dat zijn
  Brochure ‘Steenuil onder de Pannen’(2006) Download
 ‘ Maatregelencatalogus’ (2009) Download
 ‘ Erfwijzer’ Download met bijbehorende ‘Streeplijst’ (2011) Download

Belangrijke aandachtspunten binnen de 5 bovengenoemde onderwerpen worden hieronder nog eens op een rijtje gezet, met illustraties.

1- nestgelegenheid

Steenuilen kunnen als broedplaats kiezen voor:
a - natuurlijke holten in bomen
b - gebouwen
c - nestkasten

  1. Bomen

Geschikte holtes om in te broeden kunnen na verloop van tijd ontstaan in fruitbomen (vooral hoogstamappel- en notenbomen) of in knotbomen (vooral wilg, populier, els, es). Na nieuwe aanplant duurt het wel even (50 à 70 jaar) voordat er door inrotting van een dikke tak of knot een voldoende ruime holte is gevormd. Dus:
Voor de korte termijn:

  • oude bomen met (bijna) geschikte holtes vooral laten staan;
  • bomen met geschikte/gebruikte nestholte zo nodig met kunst en vliegwerk overeind houden;
  • kleine holtes eventueel vergroten;
  • invliegopeningen groter of kleiner maken (met een afdekplaatje o.i.d);
  • bij het snoeien niet alle zaagvlakken insmeren met een anti-inrotmiddel anders ontstaan er nooit nieuwe holen.

hoogstamboomgaard; in stand houden

nestholte in appelboom

Voor de langere termijn:
Nieuwe aanplant van fruit- en knotbomen, met als doel:

  • uitbreiding bestaand aanbod nestgelegenheid;
  • vervanging van nu nog geschikte nestbomen;
  • vervanging voor nestbomen die moeten wijken.

Voor aanplant is vaak subsidie te krijgen (Informeren bij Provinciaal Landschapsbeheer).
Zie ook hoofdstuk 15 van de handleiding "Planten en knotten van knotbomen".

Ook als er nog geschikte nestbomen aanwezig zijn kan het zinvol zijn op een geschikte plek een nestkast aan te brengen. Mannetje en vrouwtje steenuil brengen de dag lang niet altijd in de zelfde ruimte door. Een nestkast kan dan een dankbaar aanvaard alternatief zijn. Met een nestkast erbij bereik je ook een zekere risicospreiding (zie verder onder c.)

  1.  Gebouwen

Een keur aan gebouwen komt in aanmerking om de steenuil voor een reeks van jaren een veilige broedgelegenheid te bezorgen: schuurtjes, kippenhokken, ligboxen, varkensschuren, paardenstallen maar ook zolders of daken van woonhuizen, karloodsen etc. Cruciaal zijn toegankelijkheid en rust. Steenuilen kijken zelf wel uit naar een geschikte plek om te broeden. Op zolders e.d. zoeken zij een beschutte hoek, onder daken is een plek achter de onderste rij pannen favoriet. Zo kunnen de eieren niet wegrollen.
Aandachtspunten:

  • maak gebouwen toegankelijk; dat kan vaak al door één dakpan of steen weg te nemen of met andere kleine aanpassingen;
  • zorg voor voldoende ruimte tussen de dakbedekking en het beschot (15 cm of meer is prima);
  • eventuele renovatiewerkzaamheden aan een dak waaronder een Steenuil broedt dienen in ieder geval buiten het broedseizoen te worden verricht (zie ook onder de "tab" Wet- en Regelgeving)

invliegopening door verwijderen dakpan

invliegopening in gevel
  1. Nestkasten

Zeker waar nestgelegenheid in holle bomen of gebouwen ontbreekt of van bedenkelijke kwaliteit is kan het plaatsen van nestkasten in een cruciale behoefte van de steenuil voorzien. Steenuilen zullen hun belangstelling doorgaans echter ook tonen als er nog wel geschikte nestgelegenheid aanwezig is. Het aantal nestkasten in één territorium blijkt van invloed: goede plekken met meer dan één kast blijken vaker bezet dan de plekken waar maar één kast hangt
Informatie betreffende: formaat en afmetingen, kopen of zelf maken, vindt u onder de "tab" Nestkasten.

Aandachtspunten:

  • een nestkast kan in een boom, tegen de gevel van een gebouw of op een goed toegankelijke plek binnen een gebouw worden geplaatst;
  • plaats de nestkast in de luwte en in de schaduw van het bladerdek;
  • in de praktijk volstaat een ophanghoogte tussen 2 en 6 meter boven de grond;
  • voorkom daarbij dat de invliegopening door dicht bladerdek wordt afgeschermd;
  • breng nestkasten aan gebouwen aan de schaduwzijde daarvan aan;
  • zorg ervoor dat de invliegopening niet op de overheersende windrichting (zuidwesten/westen) hangt om eventueel inregenen te beperken;
  • een binnen een gebouw geplaatste nestkast staat niet bloot aan weersinvloeden en gaat dus langer mee;
  • hang de kast niet boven water (bijv. sloot of kikkerpoel), de jongen zullen al in een vrij vroeg stadium de kast gaan verlaten, de kans is dan groot dat ze verdrinken;
  • hang de nestkast bij voorkeur in een rustige hoek van een erf;
  • vermijd locaties nabij (drukke) wegen;
  • laat een kast indien mogelijk in een boom steunen op een tak, de jonge uilen kunnen dan vanuit de kast de boom in lopen
  • leg altijd iets nestmateriaal (bv. hooi, bladeren, zaagsel in het achterste gedeelte van de nestkast (uilen maken namelijk zelf geen nest);
  • de kast in september onderwerpen aan een algehele inspectie (stabiliteit, sterkte van de constructie, waterdichtheid, bevestigingspunten); maak de kast schoon en breng een vers laagje absorberend materiaal (zaagsel);
  • kast inspecteren/schoonmaken in ieder geval vóór aanvang van het balts- en broedseizoen in februari / maart!

creatieve plaatsing

nestkast in kersenboom

top

2- voedsel

Zonder eten geen leven. Steenuilen zijn actieve jagers; zij vangen levende prooidieren, meestal op de grond (zie ook bij 4- Jaagplekken). Op de menulijst staan diverse soorten muizen, insecten (o.a. mestkevers) en hun larven, regenwormen, jonge vogels en amfibieën. Belangrijk is een grote variatie aan prooidiersoorten zodat er in alle jaargetijden altijd wel wat aan eten te vinden is. Dit houdt meteen in dat er ook voldoende variatie in het terrein moet zijn waar de diverse soorten prooien in voldoende grote aantallen kunnen gedijen. In het algemeen geldt daarom: hoe gevarieerder een erf en omgeving, hoe groter de variatie aan prooidieren, en hoe groter meestal ook hun aantallen. Er is een reeks maatregelen om het voedselaanbod voor de steenuil te verbeteren:

  • laat het grasland (open of onder fruitbomen) begrazen door schapen of paarden; kort gras vormt geschikt jachtterrein voor de steenuil, en mest trekt o.a. mestkevers en regenwormen;
  • houdt nestgelegenheid voor spreeuwen en mussen in stand of bevorder die; (jonge) mussen en spreeuwen zijn belangrijk in tijden van muizenschaarste;
  • schep muizenrijke plekken voor bos- en veldmuizen o.a. door extensieve beweiding van graslandjes, taluds, slootkanten en bermen, door het creëren van overhoekjes, de aanleg van ‘muizenruiters’ en het bereikbaar houden van graanopslag;
  • plant bomen, struiken en/of hagen en houwallen aan à er komen veel insecten op af, waaronder ook grote zoals de meikever (een belangrijke prooi als de steenuil jongen heeft);
  • laat zo mogelijk kruidenrijke akkerranden ontstaan; zeker waar deze grenzen aan houtwallen kan een hoog prooiaanbod voor de steenuil en tevens zeer geschikt leefgebied voor andere diersoorten worden gerealiseerd;
  • laat een afgelegen hoekje van gazon of grasland doorgroeien; maai laat of stukjes helemaal niet à vele insecten kunnen daarin prima overwinteren;
  • verwerk snoeihout in een takkenwal;
  • leg een vijver of weidepoel aan met flauwe oevers;
  • laat bladafval waar mogelijk liggen, er leven veel rupsen en larven onder;
  • bespuit planten (moestuin!) niet met gif;
  • bestrijdt muizen niet met gif.

het muizendiner ...

en een meikever toe

top

3- beschutting en schuilmogelijkheden

Pas uitgevlogen jongen zijn kwetsbaar voor predatoren en slecht (nat) weer. De aanwezigheid van voldoende schuilmogelijkheden binnen het territorium is daarom van groot belang. Dat geldt voor zowel jonge, net uitgevlogen steenuiltjes als voor de oudervogels.

Er is een grote diversiteit aan eenvoudig te realiseren elementen waar een jong steenuiltje in nood een tijdje beschutting kan zoeken; gemeenschappelijk kenmerk is dat zij er makkelijk in of achter moeten kunnen wegkruipen. Te denken valt aan:

  • een stapel stenen of dakpannen;
  • een hoop rasterpalen;
  • opslag brandhout;
  • hoekjes in schuren en zolders;
  • dichte begroeiing;
  • een takkenhoop;
  • een stevig op de grond bevestigd aardappelkistje, met kleine gaten (7 cm) vlak boven de grond, het geheel eventueel overdekt met takken;
  • droogstaande drainagepijpen;
  • konijnenholen (niet dichtgooien);
  • oude appel en knotbomen (soms niet geschikt om in te broeden maar wel als dagverblijfplaats à daarom laten staan!);
  • toegankelijke spouwmuurachtige constructies;
  • etc.

schuilgelegenheid te over; laten staan aub

droge drainagepijp met jong

Een aantal van deze voorzieningen zijn ook wel besteed aan volwassen uilen. Zij zitten overdag graag buiten op windluwe, beschutte plekken, als het kan in het zonnetje. Zij kunnen in deze behoefte als volgt tegemoet worden gekomen:

  • houdt zo mogelijk een range aan geschikte schuilmogelijkheden in stand, of zorg voor nieuwe;
  • biedt een half open loods aan, met hogerop dwarsbalken; deze plekken zijn geliefd als  slaapplaats voor overdag;
  • biedt eventueel een extra nestkast aan; het mannetje maakt tijdens de broedtijd graag gebruik van een tweede nestkast;
  • steenuilen houden zich ook wel op in een groepje naaldbomen waar zij onopgemerkt blijven door overdag jagende roofvogels;
  • vermijd verstoring nabij veel gebruikte schuilplekken zo veel mogelijk.

top

4- jaagplekken

De steenuil eet onder meer muizen, insecten en regenwormen, in de broedtijd ook jonge vogels van algemene soorten als mus, merel en spreeuw. Ook groene en bruine kikkers en in mindere mate hagedissen en salamanders belanden wel eens in de nestholte. De meeste van de genoemde prooien worden van de grond opgenomen. De jagende steenuil slaagt daarin het best als de begroeiing niet te hoog is opgeschoten; daarom zijn begraasde of gemaaide terreinen favoriet als jachtgebied. In een lage begroeiing kunnen geschikte prooidieren ook gemakkelijk worden ontdekt en bemachtigd. Dat doen ze lopend of in een duikvlucht vanaf uitkijkposten. Daarvandaan kunnen ze de omgeving goed bespieden, op zoek naar beweging. U kunt de steenuil aan geschikte jaagplekken als volgt helpen:

  • laten staan/aanleggen van afrasteringen met lage, houten paaltjes;
  • plaatsen van uitkijkpaaltjes op plekken waar veel muizen voorkomen;
  • hogere zitplaatsen, bijvoorbeeld een vrijstaande fruit- of knotboom;
  • gazons kortgemaaid houden;
  • weilandjes grazig houden;
  • op zolders ingang creëren d.m.v. een openstaand raam, luik, losse dakpan o.i.d. (met extra graanopslag à in de winter: muizen)

top

5- gevaarlijke situaties vermijden en opruimen

Het leven, ook dat van een steenuil, is vol van gevaren. Als ze nog maar net uit het ei zijn moeten ze maar afwachten of hun ouders voldoende voedsel zullen aanbrengen. Slechte weersomstandigheden (koude, regen) kunnen dat bemoeilijken. Gebrekkige prooiaanvoer kan leiden tot sterfte nog voordat een jong uiltje vliegvlug is geworden. Eenmaal uitgevlogen moeten jonge uiltjes het na een tijdje zien te redden zonder de toegewijde zorg van de ouders. Koude sneeuwrijke winters waardoor prooidieren onbereikbaar worden vergen veel slachtoffers zowel onder oude en als onder jonge vogels. En dan zijn er nog de andere diersoorten die hen naar het leven staan, roofdieren als de steenmarter, grote roofvogels en collega-uil de oehoe. Zo is de natuur nu eenmaal, alle soorten proberen op hun eigen manier te overleven; soms gaat dat ten koste van individuen van andere soorten waarmee ze een leefgebied delen.

Naast deze natuurlijke doodsoorzaken zijn er ook onnatuurlijke; deze hangen samen met het doen en laten van de mens. Door toedoen van het verkeer komen veel steenuilen aan hun einde; in een Italiaans artikel werd opgemerkt dat de eerste vlucht van een jonge steenuil niet zelden ook de laatste is. Daarnaast is er een aantal bedreigingen dat te maken heeft met de inrichting en het beheer van de woonomgeving van de mens, tevens leefgebied van de steenuil. Als men zich daarvan bewust is kan er ook wat aan worden gedaan om gevaarlijke situaties te vermijden of op te ruimen. Hieronder volgen aandachtspunten rond mogelijke doodsoorzaken verkeer, gebruik van muizen-/rattengif, verdrinking, opsluiten en huisdieren. Zie ook bij "wat te doen"

  1. Verkeer
  • geen nestgelegenheid aanbieden direct langs een doorgaande weg;
  • zo mogelijk geen als uitkijkpost te gebruiken paaltjes in de berm langs een drukke weg plaatsen (c.q. deze verwijderen).
  1. Gif
  • vermijd of beperk het gebruik van bestrijdingsmiddelen;
  • voorkom vergiftiging van prooidieren (m.n. insecten, muizen) van de steenuil;
  • gebruik speciale lokkistjes met muizengif (bv. op graanzolders)
  1. Verdrinking
  • beveilig zwembadje, badkuip, regenton of veedrinkbak door het aanbrengen van een loopplank, stapel stenen, stuk jute of kippengaas waarlangs een te water geraakt uiltje weer op het droge kan klauteren.
  1. Opsluiting
  • voorkom dat vogels in een schoorsteen terecht kunnen komen waar ze niet meer uit kunnen ontsnappen, bv. door het afsluiten van de uitgangen van rookkanalen met kippengaas;
  • houdt in schuren, stallen of andere gebouwtjes waar zich uilen ophouden tenminste een toegang open;
  • losliggende netten (om groenten e.d. af te dekken) opruimen, steenuilen kunnen erin verstrikt raken.
  1. Huisdieren
  • katten/honden rond de uitvliegperiode van de jongen binnen houden / in de gaten houden; jonge uiltjes zijn kwetsbaar op de grond (zie ook onder ‘schuilmogelijkheden’)

rasterpaaltjes om vanaf te jagen

verdrinking in een tobbe

muizengif in broedschuurtje

verstrikt in fruitnet

top